Lord Maitreya

Was Bhagwan Krishna in een vorige incarnatie en overschaduwde Jezus tijdens de laatste drie jaar van zijn leven. Is nu de Wereldleraar voor het op handen zijnde Waterman¬tijdperk. Alhoewel juist, zal deze uitspraak voor velen niet echt veel duidelijkheid verschaffen. Er is echter een oude leer, de esoterische leer (ook wel de Oude Wijsheid genoemd), die een verbluffend diep inzicht geeft in de menselijke aangelegenheden, en daarin komt de rol van Wereldleraar op een vanzelf¬sprekende manier tevoorschijn.
Hij is de Meester van alle Meesters. Hij was bij het groepje mensen, dat vele duizenden jaren geleden de allereerste inwijdingen ontving, en kan als de koploper, onze “Oudere Broeder” worden beschouwd. Hij belichaamt nu op een voor ons sterfelijke mensen volmaakte wijze het Christusbeginsel, de Goddelijke Liefde.
Maitreya is hoofd van de “Geestelijke of Esoterische Hiërarchie”van moeder aarde, een onderdeel van de kosmische Loge van de “Grote Witte Broederschap”. De Hiërarchieën van alle planeten in ons zonnestelsel maken daar onderdeel van uit en staan in voortdurend contact met elkaar. De algehele leiding is in handen van “Sanat Kumara”, de “Heer der wereld”die ook wel de “Ene Inwijder”de “Jongeling van Oneindige zomers”en de “Oude der dagen”wordt genoemd. Hij is de koning en de vader in de hemel en de leraar van Maitreya. Deze persoon zou 18.5 miljoen jaar geleden van de planeet Venus naar de aarde gekomen zijn. Hij zou zich thans in het bijzondere stralingsgebied Shambhala bevinden, stad der goden, centrum van wereldomvattende wijsheid en intelligentie, de plaats die ook de verlosser Maitreya zou voortbrengen.
Een aantal oude overleveringen vertellen ook iets over deze plaats.Daarin wordt het een overblijfsel genoemd van het legendarische rijk Uighur, een beschaving van voor de Zondvloed. Dit rijk lag op een eiland in de Gobi-zee, de huidige Gobi woestijn. Deze woestijn die in het Chinees Han-Hai (droge zee) wordt genoemd, bewaart een aantal herinneringen aan dit rijk. Zowel Russische als Chinese oudheidkundigen stelden vast dat de Gobi-woestijn inderdaad ooit een zee moest zijn geweest met daarin een eiland, wat later door geologen is bevestigd. Men ontdekte tevens een aantal ruïnes van een beschaving die een zeer hoog peil van ontwikkeling gekend moet hebben. De archeoloog Harold Wilkens kwam bij naspeuringen in het gebied van de Gobi-woestijn een oude overlevering op het spoor waarin sprake is van wezens die uit de hemel kwamen. Deze zouden op het eiland in de Gobi-zee een stad hebben gebouwd die door onderzeese gangen met het vasteland verbonden was. Deze gangen maakten onderdeel uit van een labyrinth van tunnels onder grote delen van Centraal-Azië.Archeologen die op zoek gingen naar deze grotten ontdekten ten noorden van de stad Toen-Hoeag inderdaad een complex kunstmatig aangelegde grotten die heden bekend staan als de grotten van de “Duizend Boeddha,s”. Ook een andere overlevering in dit gebied vertelt dat er wonderbaarlijke mensen op het eiland woonden die van de hemel gekomen waren om hun cultuur op aarde te verspreiden. Van hen zou het volk van Uighur een opmerkelijke kennis hebben geërfd waardoor ze reeds 75.000 jaar gelden een zeer hoge beschaving hadden bereikt.
